Jeugdvoetbal: de kracht van de underdog
- Claudine Raciti

- 10 jun
- 2 minuten om te lezen
Als we naar jeugdvoetbal kijken, vallen bepaalde spelers direct op. Ze zijn groter. Sterker. Sneller.
Soms steken ze letterlijk met kop en schouders boven hun leeftijdsgenoten uit.
Maar er is ook een andere groep spelers. De spelers die niet direct opvallen. De spelers die fysiek nog niet zo ver zijn. De spelers die regelmatig tegenover tegenstanders staan die een stuk groter of sterker lijken.
Juist die spelers fascineren mij.
Niet omdat ze per definitie beter zijn dan de rest, maar omdat het spel hen vaak dwingt om andere kwaliteiten te ontwikkelen.
Een andere route
Wanneer lengte of kracht niet je grootste wapen is, moet je andere oplossingen vinden.
Je leert sneller kijken.
Je leert slimmer bewegen.
Je leert ruimtes herkennen voordat ze ontstaan.
Je leert dat timing soms belangrijker is dan snelheid en dat inzicht soms belangrijker is dan kracht.
Niet omdat iemand je dat vertelt, maar omdat het spel dat van je vraagt.
Wat niet altijd zichtbaar is
Het lastige is dat deze kwaliteiten niet altijd direct opvallen. Een fysieke voorsprong zie je meteen. Een slimme loopactie zonder bal vaak niet. Een gewonnen duel trekt de aandacht.
Het moment waarop een speler zichzelf goed vrijloopt, wordt veel minder vaak opgemerkt.
Toch zijn het juist die kleine momenten die een wedstrijd kunnen beïnvloeden.
Ontwikkeling verloopt niet voor iedereen hetzelfde
In het jeugdvoetbal vergelijken we spelers vaak met elkaar. Dat is begrijpelijk, maar soms ook lastig. Niet iedereen ontwikkelt zich in hetzelfde tempo. Vooral aan het begin van de puberteit ontstaan er grote verschillen. Sommige spelers zijn vroeg sterk, snel of groot. Anderen hebben meer tijd nodig. Dat zegt op jonge leeftijd lang niet altijd iets over waar een speler uiteindelijk uitkomt. Daarom is het zo belangrijk dat jonge spelers niet alleen worden beoordeeld op wat vandaag zichtbaar is, maar ook op wat ze aan het ontwikkelen zijn.
Wat ik zie langs de lijn
Als voetbalfotograaf kijk ik veel naar de momenten tussen de momenten. De speler die blijft vragen om de bal nadat een actie mislukt. De speler die niet bang is voor zijn tegenstander die twee koppen groter is, ondanks dat hij de duels blijft verliezen geeft hij niet op. Spelers met een enorm doorzettingsvermogen.
De speler die blijft sprinten, ook als hij weet dat hij waarschijnlijk niet als eerste bij de bal zal zijn.
De speler die zich niet laat ontmoedigen door een grotere tegenstander.
Dat zijn de momenten die mij bijblijven.
Niet omdat ze altijd leiden tot een doelpunt of een overwinning, maar omdat ze iets laten zien van karakter, doorzettingsvermogen en ontwikkeling.
En misschien zijn dat wel de eigenschappen die uiteindelijk het verschil maken.














Opmerkingen